is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 37, 17-09-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te ’s-Gravenhage, die hiernaast stond, was alleszins voldoende, vooral ook omdat zij een groote verscheidenheid van werkelijk goede planten bevatte. Onder de mooiste noemen wij Cypripedium callosum Sanderianum, Gattleya Gaskeliana in tal van verscheidenheden. Vanda coerulea, Laelio-Gattleya elegans Tnrneri, Phalaenopsis amabüis en tal van andere.

In een doorgang stond een uitgebreide inzending tuingereedschappen en goede tuinmeubelen van den Heer W. P. Jansen te ’s-Gravenhage. Menig tuinbaas zal zich hier van een solide stuk gereedschap hebben kunnen voorzien.

Door deze gang kwamen wij in een langere onder de gaanderij, waar door de firma J. Abbing & Zonen te Zeist een waarlijk prachtige verzameling afgesneden takken van heesters en boomen was bijeen gebracht. Slechts een keer zagen wij zoo’n volledige collectie van den Heer Wezelenburg en het moet heel wat moeite gekost hebben om zoo veel bijeen te brengen. Bijzonder interessant was de Populus lasiocarpa met hartvormige bladeren van 35 c.M. lang en 30 c.M. breed. De bladstelen en hoofdnerven zijn donkerrood en maken in de donkergroene blad vlakte een mooi figuur. Aan het einde van deze gang stonden een aantal planten van Silphium laciniatum ingezonden door den Heer Hoogendoorn te Boskoop. Het is een vaste-plant die tot 4 M. hoog wordt, dicht bezet is met donkergroene, diep ingesneden bladeren en aan het eind van haar stengels groote, donkergele bloemen draagt. Een zeer mooie plant voor een achtergrond van een boordbed of tusschenbeplanting van een heestervak.

Een der groote voordeelen van het gebouw van den Haagschen Dierentuin is, dat zich aan de groote zaal een aantal nevenzaaltjes paren, die vooral voor afgesneden bloemen bijzonder geschikt zijn, waarvoor zich trouwens ook de gaanderijen uitnemend leenen.

In de eerste nevenzalen troffen wij in de eerste plaats een zeer groote collectie fruit aan, als een collectieve inzending van de tuinbazen der rondom Den Haag gelegen buitenplaatsen. Er waren inderdaad bijzonder mooie vruchten bij, een genot om naar te kijken. Het Bestuur van de Haagsche Afdeeling had deze inzending handig gebruikt als propaganda-middel van het door haar gegeven tuinbouwonderwijs, waarbij het zeer gunstige fruitjaar zeker een aardig handje heeft geholpen. Dit neemt echter niet weg, dat het een inderdaad zeer verdienstelijke inzending was, die zeker toonde, dat er om Den Haag zich goede fruitkweekers bevinden.

Mede zeerjbezienswaardig was het fruit van den „Centrale Proeftuin” te Groningen en dat van den Heer Hoeff. Het waren beide werkelijk zeer mooie inzendingen, waar menigeen watertandend naar stond te kijken.

Groenten worden er op een Groote Keuring in den regel weinig ingezonden, hier was een zeer mooie collectie aanwezig van den Heer H. M. Velders te’s-Gravenhage. Het was als het ware een berg groenten; van allerhande soort was er aanwezig en de kwaliteit liet, voor zoover wij konden beoordeelen mede niet te wenschen over. Inderdaad een inzending van belang.

In het midden van de zaal stond een vrij uitgebreide

collectie rozen, doch het was niet mogelijk er over te oordeelen. De bloemen waren ingezonden door de firma Gebrs. Hamers te Rijswijk, doch reeds den eersten dag veel te veel verwelkt.

In een tweede zijzaal zagen wij een collectie Gactus zaailingen zooals men die op bijna iedere grootere tentoonstelling aantreft en daarnevens een niet on verdienstelijke inzending afgesneden bloemen van vaste-planten van de kweekerij „Tottenham”. Met de rangschikking van deze collectie heeft de inzender werkelijk zichzelf overtroffen. Zeer aardig was de donkerroode Diclytra formosa, ook de stengels van de roomwitte Artemisia lactiflora en de lila Thalictriim dipterocarpum waren mooi, terwijl de Romneya GouUeri werkelijk voor den tpd van het jaar nog verdienstelijk was. Verder vonden wij in deze collectie mooie Heleniums,Sedums, Gentaurea’s en Astilbes.

Naast deze collectie stond een prachtige inzending bloemwerk van den Heer Ph. v. d. Lubbe, „Magazijn Corona”, in den Haag. Ook dit bloemwerk getuigde van denuitnemenden, artistieken smaak van den binder die het samenstelde. Lang hebben wij er met onverdeeld genoegen naar staan kijken, het was werkelijk chic werk, bijzonder mooi geëtalleerd.

Nu volgde de inzending afgesneden Dahliabloemen van de firma E. H. Krelage & Zoon te Haarlem. Zooals altijd was deze inzending uitnemend verzorgd ; iedere bloem stond zoo, dat zij goed gezien kon worden en uitnemend tot haar recht kwam; doch een nieuw gezichtspunt op het gebied van rangschikken, zooals de inzending van den Heer Ballego, bood deze niet, op dat gebied was zij ouderwetsch. Prachtige Gactus-Bahlia’s wij hierin aan o. a. Fascination, zeer mooi van vorm, zachtrose met witte punten; Bed Ensign, vurig rood mede goed van vorm; Homsty, zeer mooi wit met rosen weerschijn; Pierrot goudgeel met witte punten en Snmvdon, zuiver wit. Onder de Pioen-Dahlia’s muntte in deze verzameling bijzonder uit Pink Beauty zeer mooi van vorm, zacht lilarose en Suriname, donker lilarose met witte randen.

Welke uitnemende vei'beteringen er thans onder de Halskraag-Dahlia’B voorkomen, was in deze verzameling zeer goed te zien, trouwens de firma Krelage heeft van dit ras steeds veel werk gemaakt; zeer mooi waren Regularity, donker purperrood met iets lichteren krans; Princess Louise, vurig rood met witten kraag ; Balmoral, rood met geel en gelen kraag; Grandpapa Gharmet rood met witten kraag.

Ook had de firma Krelage nog ingezonden een aantal van haar Trifoma-kruisingen, die niet alleen voor tuinversiering, doch ook voor grooter bloemwerk uitnemend geschikt zijn. Zeer mooi vonden wij Goldfinch, levendig geel; Goldflake, helder goudgeel; Prince o/"Orawpe, helder oranje en Zaailing P., vurig oranje.

Van den Heer G. A. van Kossem te Naarden zagen wij in deze zaal een uitgebreide verzameling afgesneden rozen. Deze wijze van rozen-inzenden kan ons maar niet bekoren en was dan ook oorzaak, dat deze prachtige bloemen het tegen de Dahlia’s verre moesten afleggen. In den regel zijn de stelen veel te kort, de bloemen komen daardoor niet tot haar recht en toonen geenszins