is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 4, 1916, no 2, 14-01-1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat men dus de soorten, die goed bleken te zijn, i n het groot gebruiken en de andere, proefsgewijs, daarnaast.

De Inspecteur van den

Phytopathologischen Dienst:

N. V. Foeteren.

Wageningen, 10 Januari 1916.

Vereenigingsleven.

Vereeniging van Tuinbouwvakonderwijzers.

Te Utrecht is opgericht de Vereeniging van Tuinbouwvakonderwijzers, waarvan het Bestuur wordt gevormd door de Heeren:

W. Balk te Zwaag, Voorzitter, C. Spaargaren Dzn. te Aalsmeer, Secretaris■Pe7iningmeester, J. H. Alink te Assen, J. V. d. Bent te Velp en J. A. v. d. Zwaard te Ginneken Leden.

Pomologische Vereeniging te Boskoop.

Verslag van de Algemeene Vergadering gehouden den 22sten December 1915 in „Hotel Klaassen”.

(Vervolg).

Verder was ingekomen:

lU een schrijven van den Secretaris van het Centraal Bestuur van den Nederlandschen Tuinbouwraad waarin onder herinnering aan een schrijven d.d. 14Aug. 1915, nogmaals wordt gevraagd de meening der Vereeniging kenbaar te maken over de vorming van een Groep „Boomkweekerij”.

Naar aanleiding van dit schrijven deelde de Voorzitter mede, dat het onderwerp „Groepvorming Boomkweekerij” meermalen een punt van ernstige bespreking is geweest in de laatste Bestuursvergaderingen, waarvan er één, juist met het oog op genoemd onderwerp, ook is bijgewoond door den afgevaardigde naar het Centraal Bestuur van den Tuinbouwraad, den Heer P. M. Koster.

Die besprekingen nu hebben geleid tot het voorstel van het Bestuur, zich te verklaren tegen de vorming eener Groep „Boomkweekerij”, en wel op de volgende gronden:

omdat elke Vereeniging, aangesloten bij den Nederlandschen Tuinbouwraad, zich in voorkomende gevallen rechtstreeks kan wenden tot dat lichaam; is er een Groep „Boomkweekerij”, dan zal men zich in die gevallen eerst moeten wenden tot „de Groep” en vanuit „de Groep” kan het dan eerst in het Centraal Bestuur gebracht worden. Dit werkt remmend ;

omdat volgens de Statuten, de en Voorzitter van een Groep ambtshalve zitting hebben in het Bestuur van den Raad. Het bij wonen van al die vergaderingen kost veel tijd en dit zal, waar de keuze van een goeden afgevaardigde naar het Centraal Bestuur toch al beperkt is, hen, die voor zulk een vertrouwenspost in aanmerking komen, doen afschrikken, omdat zij zich niet kunnen veroorloven zooveel tijd aan hun zaken te onttrekken.

Zonder hoofdelijke stemming wordt besloten, zich te verklaren tegen de vorming van een Groep „Boomkweekerij”.

De Voorzitter brengt hierna verslag uit van de vergadering, die door het Bestuur met pioenenkweekers hier ter plaatse, ter bespreking van de plannen, die in de Septembervergadering ter tafel waren gebracht. Van die beide plannen, welke besproken werden, vond het grootste plan de meeste belangstelling. In de kosten

van landhuur is de Commissie van den Proeftuin der Pomologische Vereeniging bereid, de helft bij te dragen. De overige kosten zouden door de deelnemers moeten gedragen worden en volgens een opgemaakt plan in 5 jaar tijds ± f 0.80 per plant bedragen. De geplante pioenen blijven het eigendom van de kweekers, die ze, tot het verkrijgen van een meer zuivere benaming, hebben aangeplant.

In verband met deze zaak besprak de Voorzitter nu het plan, om den Proeftuin van de Pomologische Vereeniging geheel voor dat doel beschikbaar te stellen. Daarvoor wilde hij samenwerken met de Commissie van den Plantentuin van de Rijkstuinbouwwinterschool. Deze tuin komt geheel beschikbaar voor den aanplant van sortimenten Boskoopsche artikelen, terwijl de kassen steeds meer worden gebruikt voor het nemen van trekproeven met Boskoopsche gewassen.

De Rhododendrons, Azalea’s, enz. van den tuin der Pomologische Vereeniging zouden overgebracht kunnen v'orden naar den tuin achter de Rijkstuinbouwwinterschool, indien men tot samenwerking kon besluiten, waardoor dus de Proeftuin van de Vereeniging geheel beschikbaar zou komen voor den aanplant van pioenen.

Naar aanleiding dezer mededeeling vraagt de Heer R. Stutvoet eenige inlichtingen over den aard en de inrichting van den tuin der Rijkstuinbouwwinterschool. Nadat de Voorzitter aan dit verzoek heeft voldaan, wordt zonder hoofdelijke stemming in beginsel besloten meerdere samenwerking te zoeken met de Commissie van den plantentuin der Rijkstuinbouwwinterschool.

Naar aanleiding van de vraag van den Voorzitter, of een der leden itog voorstellen heeft te doen voor de Alg. Verg. van den Nederlandschen Tuinbouwraad, verzocht de Heer J. G. Rosbergen pogingen aan te wenden, dat voor kleine zendingen naar het buitenland tot een bedrag van f 150, het stellen van een bankgarantie onnoodig wordt.

De Heer J. van Gelderen brengt hierop in het midden, dat deze zaak in handen is van het Handelscomité, dat daarover in correspondentie met den afgevaardigdenaar het Centraal Bestuur van den Nederlandschen Tuinbouwraad, den Heer P. M. Koster, is, en den Secretaris van dien Raad, den Heer C. van Lennep. In behandeling wordt nu genomen: de lectuur. Besloten wordt de binnenlandsche- en buitenlandsche lectuur te continueeren.

Overgaan wordt nu tot de verkiezing van bestuursleden. Aan de beurt van aftreding waren de Heeren D. A. Koster, (herkiesbaar), J. H. van Nes (herkiesbaar) en en Bs. Lünnemann (niet herkiesbaar).

Als dubbeltallen worden gesteld:

D. A. Koster – P. M. Koster;

J. H. van Nes . J. Radder; Jac. M. Nieuwesteeg H. van der Kallen. Uit de gehouden stemming blijkt, dat de Heeren D. A. Koster en J. H. van Nes zijn herkozen en dat er een herstemming moet plaats hebben tusschen de Heeren J. M. Nieuwesteeg en H. van der Kallen. Na gehouden herstemming wordt de Heer H. van der Kallen tot bestuurslid gekozen. Desgevraagd nemen de Heeren D. A. Koster en J. H. van Nes en de Heer H. van der Kallen, hunne benoeming aan.

Van de Keuringscommissie zijn aan de beurt van aftreding de Heeren J. H. van Nes, B. de Bruin en het plaatsvervangend lid de Heer B. B. C. Felix.

Als dubbeltallen worden gesteld : J. H. van Nes —J.W. E. Ebbinge

B. de Bruin G. Koster

B. B. C. Felix —W. C.'van Kleef. Uit de gehouden stemming blijkt dat de Heeren J. H.