is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1852, 1852

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I) Maar, mijn lieve dames, was het dan zóó verschrikkelijk in uwe oogen?”

»Mijnheer schijnt dan in te stemmen met de bétises, die daarin aan onze sexe worden gezegd,” vielMevroiiw mij eenigszins bits in de rede, «mij dunkt, ieder moet van de onwaarheid der redevoering van dien schrijver overtuigd zijn.”

Ik werd een weinig met de zaak verlegen en bemerkte duidelijk, dat ik veel gevaar liep voor iste schrijver gehouden te worden. Ik haastte mij dus do zaak eenigszins te herstellen. «Maar dames,” zeide ik, «dat stukje is tegen de minder goeden van uwe sexe gerigt, die schrijver schreef het, de goeden niet te na gesproken.” «Neen, neen,” viel het geheele ehoor in, «het is tegen ons allen” en eene der jonge dames vervolgde : «Wij hadden gedacht, dat een der studenten ons ivel zou verdedigd hebben.” » Dat is ook gebeurd,” antwoordde ik, «de Lucifer heeft de repliek van eene dame opgenomen en later bevestigd.” « Ja,” werd mij geantwoord, i maar u schijnt dat stuk toch zoo erg niet te vinden. Het is tegen ons allen geschreven, en u poogt het te verdedigen.”

Ik raakte leelijk in het naauw'.

«Hoort eens dames,” zeide ik, tik ben er de schrijver niet van, en gelukkig; want die man heeft uwe gunst geheel en al verbeurd; dat bemerk ik duidelijk maar ”

«Geen maar’s,” zeide mevrouw, «ieder, die dat stuk verdedigen durft, zou ook zoo’n stuk kunnen schrijven.”