is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1852, 1852

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeluk op een spoortrein, of den dood van een algemeen bemind en geaclit persoon, of als gij meer in subjectieve poesie wilt vervallen, dan bezingt gij de bevordering van uw vriend tot het een of ander, of : Mijn verblijf te IJ, en gewaagt met stillen weemoed, die natuurlijk ieders sympathie opwekt, van uwe zoete herinneringen, die u aan de plaats nog vastnagelen die gij zoo noode verliet, enz. enz.

B. En waartoe dit alles?

A. Wel, w'anneer gij veel van zulke verzen bij elkander hebt, en gij geeft daarvan een bundel uit met een keurig vignet, dan kan het niet anders of het zal gunstig werken op den smaak, het gevoel en het dichterlijke leven des publieks.

B. Ik dank u voor uwe terechtwijzing op het gebied der poesie. Maar als wij nu eens op het proza komen, wat zoudt gij mij dan raden?

A. O 1 in proza hebben wij niet te klagen dat onze tijd onvruchtbaar is. Laat ons maar eens een harer belangrijkste uitingen nemen : de preken-litteratiiur. Wat hebben wij tegenwoordig niet beroemde kanselredenaars , vol genie, cn waar talent.

B. Hoe meent gij dat?

A. Weet ge wat zoo gelukkig is? Onze preken zijn gelukkig bevrijd geraakt van dien stijven vorm waarin zij vroeger gegoten waren. Thands durft men alles te zeggen op den kansel. Men treedt veel meer in het leven, en spreekt daardoor oneindig meer naar de behoeften van