is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1853, 1853

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nooit zult gij den Tijger vellen met de worp der scherpe lansen,

Nooit naar ’t voorbeeld uwer vaad’ren op den slag der pauken dansen.

Neen uw dag zal zijn vol tranen. Neen uw nacht zal zijn vol kla-

Ais bet dier des velds, zoo zultgijzwijgend’t juk der blanken dragen.

Zult het bout voor blanken klieven, en bet riet voor blanken snijden,

Die als met de rijke vruchten van ons merg en bloed zichtooijen.

Dapper, dapper zijn de blanken; stout doorklieven zij de golven,

Bliksemvuur en donderknallen sluimeren in bun jagtgeweeren.

Zie! bun trotscbe stoomgevaarten weeren zich met duizend armen,

Maar belaas! bij al bun wijsheid woont in’t harte geen erbarmen.

Dikmaals boor ik zelfs die dappren op bun trotscbe vrijheid pralen,

Hoe zij moedig deze kusten aan bet moederland ontroofden.

0\ er t hoofd des Eedien ecliter die met moed beeft uitgesproken,

Dat de zwarten Menschen waren, beeft men wreed den staf gebroken.

Lieflijk ruischt hun blijde boodschap:«God is eens voor ons gestorven;