is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1853, 1853

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de nienschen op straat door de modder. Ik kon niet naar ’t college gaan.

Ik was laat naar bed gegaan. Ik had lang zitten werken, weet u? Ik stond laat op, ’t college uur was al vervlogen.

Ik had een neef uit den Haag te logeeren. Hij bleef acht dagen.

CONCLUSIO.

Aangezien ’t in ons land of vriest of regent, of mooi weêr is, ’t koud is of warm, mijn oppasser me te laat roept of ik te laat naar bed ben gegaan en ik nu en dan een neef over heb, houd ik geen college. «Prof. raag ik mijn Testimonium?”

WAAROM IK WEL EENS W.AT LAAT OP DE KROEG ZIT.

Ik ben ongetrouwd en heb geen kinderen. Als ik ’s avonds heb zitten werken moet ik tusschenbeide eens happen van een boterham of slurpen uit een kop thee, door mij zelf gezet.