is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al zoo veel te moeten verduren, en geen huisselijke kring, geen bekende om zijn hart voor uit te storten! Doch daar wordt aan de deur geklopt, een belangstellend gelaat vertoont zich en zijn huisbaas treedt binnen. Het is hem niet moeijelijk te ontdekken, dat zijn heer het land heeft; hij begint hem te troosten en het is geen ijdele troost, o neen! Hij is sedert lang met de studenten bekend; hij heeft elk jaar groenen gezien; hij kan het voor en tegen van het groenloopen opnoemen. Hij vertelt aan zijn heer, dat die harre medicus, die nu de schrik aller groenen is, in zijn groentijd als wanhopig zijne kamers wilde verlaten en naar Leiden vertrekken; hij vertelt hem ook, welke pleizierige feestjes die groene heeren later met elkander hebben, als de eerste harre tijd om is, en ... het gezigt van den groenen heer heldert op; zijn verdriet is geweken; er is hem een riem onder het hart gestoken.

De groen- is student geworden; zijne hange dagen zijn over; hij heeft kennissen gemaakt; tallooze feesten volgen elkander op : hij is in de periode van lö vivat, bokalen en toasten.

Er is weer een feest geweest. Onze student waggelt naar huis; zijn toestand is zeker niet die, in welken zijne moeder zoude verlangen hem te laten portretteren. De koude buitenlucht heeft hem bevangen, zoodat hij zich met veel inspanning staande houdt. Eindelijk heeft hij toch zijne huisdeur bereikt. Maar zijn sleutel uit den