is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel wat ergers, wegruirat? Ik vraag het u, is een ploert niet subliem, wanneer hij, als zijn student ’s morgens om half negen te huis komt, hem bedaard vraagt: »of Meheer theewater wil hebben of nog naar bed gaan?”

O, wat zou ik gaarne de mémoires willen lezen van een oud en eerwaardig burger, die verschillende generaties studenten heeft zien komen en gaan. Mij dunkt, hij zit daar voor mij; hij vertelt mij, wat hij alzoo beleefd en gezien heeft, hoe hij op zijne kamers levenslustige, vrolijke, echt fideele jongelui heeft zien vervangen door geraeene, vuile kerels; hoe eene der sterren aan de akademie, die in studie en in vriendschap zijn genot vond en die zijne uren tusschen gezelligen omgang met zijne kennissen en nuttigen arbeid wist te verdeelen, zijne kamers inruimde voor den fanatieken dweeper, of nog erger voor den huichelaar, die zijne vroomheid hij het binnentreden zijner kamers aflegde. Wat een wereldkennis moet zoo iemand bezitten! Wat al karakters heeft hij kunnen bestuderen, welke zonderlinge tooneelen moet hij al hebben hijgewoond!

Heeft hij niet Mijnheer die en die, die nu een’ hoogen post bekleed, dikwijls een schoon hemd aangetrokken als hij van een gloeijend feest bewusteloos daar neder-’ lag? Herinnert hij het zich niet, hoe iemand, die nu dominé is, met de dienstmeid plagt te stoeijen? Heeft hij niet griffiers opgewonden en regters dronken gezien?