is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziedaar, dacht ik, drie verschillende definities van den ideaal-student; alle drie vinden hare vertegenwoordigers, en mogen ze hier en daar misschien wat sterk gekleurd zijn, de meesten onzer kunnen het getuigen, dat er zoowel van de eene als van de andere soort niet weinigen gevonden worden binnen de muren eener akademiestad. Maar, dacht ik eindelijk, indien men mij eens vroeg, wat ik mij wel als het ideaal van een waar student voorstelde, wat zou ik dan wel op die vraag antwoorden.

Die gedachte hield mij lang bezig; ik bevond dat de beantwoording dier vraag niet zoo heel gemakkelijk was, doch kwam eindelijk, als ik mij wel herinner, tot de volgende definitie.

Het ideaal van een waar student, in den vollen zin des woords, noem ik hem, die aan de hoogeschool komt met een brandend verlangen om de in hem opgewekte zucht naar kennis en wetenschap ten volle te bevredigen, maar tevens met den wensch om van zijn genoegelijken studententijd zooveel in hem is te genieten, van de onbeperkte vrijheid die hem geschonken is zooveel mogelijk ten goede gebruik te maken, die verlangt zijne kennis te putten niet alleen uit de boeken, maar ook uit de wereld rondom hem, die menschenkennis tracht op te doen, die daartoe veel met zijne medestudenten in aanraking tracht te komen, hunnen omgang zoekt en de gelegenheden die