is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar half spottend, halflagchend aan, en blozend verborg zij ’t gelaat op zijnen schouder; hij drukte haar aan zijn hart en zeide: «Wees maar niet bezorgd, lieve, dan zal ik dadelijk Jaspers naar stad zenden, hij heeft goede paarden en Karei is in een oogénblik hier.”

Zij knikte toestemmend, en kuste hem; toen vroeg zij: »Wil Willem voor mij wat spelen? Ik hoor zoo gaarne dat lied van Mendelsohn.” Weêr zag Willem haar onderzoekend aan, maar hij stond toch op, zette haar zorgvuldig neêr op hare lievelingsplaats en opende de piano; hij sloeg een paar accoorden aan, en weldra klonken de toonen der zachte melodie door de stilte der eenzame woning.

Ilij zong de woorden niet, maar ze spraken uit zijnen bezielden aanslag; zelden had hij zoo goed gespeeld, zelden had hij de roerende gedachte van den componist zoo meesterlijk weêrgegeven.

Wat waren dan de woorden, die zulk eene melodie hadden doen geboren worden? Kent ge ze niet? Zeker wel, maar misschien niet geheel; hier zijn ze :

EI igt begtimmt in- Oottrg- Rath ,

IUa-Z; man wm Lieb-Ztrn was man hat mnsz srheidrn ;

Wie wohl darh Uichts im Tuuf Iir-: Wrlt

Wem Otk-æu, ach! gw Iau-r fäl-ltz

wls gcheidkrn