is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Io Dir gtschrnlat ein Knösplrin was ,

sa thur rs in kitr Was-Zrrglagg døch wig-isr :

Gliiljt morgcn Mir kin Köglrin wuf,

Es wrllat wohl göhmr die Uarht Iiuru-ts, « da2- wi;-sn.

And yat Dir Ooii iein FEi-b bkgicherrtz

And yälj-t Dn git cxecht inrs-ig wr1-d), dir IEU-ins,

EI wi:-d nur wmig Zkit wohl Iei-r,

Dw läszt pZi-e Dich øøgar allein, Xio-mt weiniri

Ilun mugzt IDU mich auch rkcht ptssj-i)u,

Wknn Mkngrhcn ans kinander Fkt;-r,

Zo øagen git : pTZt-:f Wiedrrsehn !"

’t Laatste accoord stierf naauwelijks weg, of Willem sprong op, gewekt door ’t geluid van zachte snikken : • Anna! Anna!”

Een ruk doet de karaerschel klinken; haastiger dan straks klikklakken de muilen door den gang; eene oude sloof verschijnt en staat als versteend op het gezigt van dominé, gehukt over zijn kermend vrouwtje. «Een glas water, en den dokter, spoedig! hij vrouw Jansen, hij de zieke vrouw; zeg het maar aan buurman, die zal hem wel hier brengen, en laat hem meteen bij Jaspers aangaan;