is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1854, 1854

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten stond, van voor zijne oogen wilde weren. Zoo zat hij langen tijd, maar werd toch eindelijk bedaarder en waagde het op te staan en schoorvoetende de flaauwverlichte ziekenkamer Linnen te treden.

Ernstig en zwijgend stond de jonge dokter, met de hand aan de kin, voor het hed, terwijl de goedhartige dorpsdokter nog steeds op dezelfde plaats zat en, als naar een orakel, vragend naar hem opzag.

De goede man had tot nu toe zijn leven op het dorp en onder boeren gesleten, wat wonder dat hij, die alleen boerenpolsen had gevoeld en hoerengestellen weêr op gang gebragt had, ’t nu met zichzelven maar nietregt eens kon worden over het teêre schepseltje, dat daar zachtkens klagende nederlag.

’t Geluid van Willem’s voetstap deed Karei opzien; hij trad naar hem toe en voerde hem onder zijnen arm weder mede naar de studeerkamer; daar zette hij zich neêr op de sopha, en zijn jongere vriend volgde gedwee zijn voorbeeld, in stille verwachting van ’t geea hij hem zeggen zou; hij sprak lang en zacht tegen Willem; hij zeide hem, dat alle hoop nog niet verloren was, dat hij meer zulke teêre gestellen had bijgewoond en ze dikwijls had zien herstellen; hij troostte zoo veel mogelijk zijnen bedroefden vriend, en toen hij opstond was Willem geroerd, maar kalm, berustende in de toekomst, vol vertrouwen op de zorgende Voorzienigheid.