is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1855, 1855

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Series willen missen, voor andere die meer in den tijd ingrijpen; maar ’t moet ons niet tot onregtvaardigheid leiden. Of kan men dan maar zoo zijne wetenschap uitschudden om eene andere aan te trekken?

In de inrigting van ons Hooger Onderwijs ligt de wortel van ’t kwaad, en slechts de aanstelling van meerdere Hoogleeraren, en van privaat-doeenten, de vrijstelling der collegiën, en eene wet die op ’t praktisch doel van den student let, zal dat geheel kunnen wegnemen. Gedeeltelijke verbetering mogt men echter te regt van iemand verwachten, die nog niet door teleurstellingen ontmoedigd, de moeitevolle taak op zich nemen; veel van ’t geen we behoeven, zou dan ook meer onmiddellijk tot zijn vak , (de historische theologie) beliooreu en allen zagen we dus met verlangen uit, naar ’t tweetal dat Z. M. zoude worden aangeboden.

De vakken van den ontslapen Hoogleeraar werden intusschen door zijne beide ambtgenooten waargenomen, toen ’t college van curatoren (waaraan den 11 Jan. een achtbaar lid, de Heer baron van Lynden van Lunen burg, door den dood ontvallen was) ons eindelijk weder door een van die zeldzame bewijzen van zijn bestaan verrastte, en Z. M. ter vervulling der vacature Dr. Moll, prof. te Amsterdam en Dr. ter Haar, pred. voordroeg.

’t Behaagde Z. M. 3 Maart, den Heer ter Haar tot Hoogleeraar te benoemen, ’t geen deze zich 29 Maart liet welgevallen. De cursus was echter reeds zóóver verstreken, dat de Hoogleeraar, te regt oordeelde zijne