is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1855, 1855

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Troost spreidt in zijne ziel en hij juichend na stormen een wijkplaats

Ziet voor zijnen geteisterden bodem : zoo schenen die oogen

Toe den jongling te roepen : i> bij mij is geluk en is vrede”

» Hier is de plaats waar gij reeds op aarde ’t geluk kunt verwerven”

» Dat in vuur’ge idealen de dichters zoo menigwerf schetsen”

» Doch op aarde aan niemand behalve aan ons beiden beschoren”

»Is en zal zijndoch helaas ’t was louter verbeelding : zij sprak niet I

Eens op een dag , dat hij dweepte van haar, ach , wanneer deed hij dit niet 1

Zag hij voor zich uit (’t was op straat) hare schoone gestalte.

Maar zij was niet alleen :er ging iemand nevens, in wien hij

Door zijne vurige liefde scherpzinnig, haar’min naar erkende.

Ja! ’t was waar: zij was geëngageerd; hij hoorde ’t nu spoedig.

Weg was zijn levensgeluk in ’t voor altijd verlorene droombeeld 1

O! op welke manier zal ik nu al die slaaplooze nachten

Schetsen van hem als hij steeds om en om zich rusteloosdraaide,

In zijn eenzaam bed en te midden der eenzame wereld.

(Want een woestijn is de wereld voor hem , die hooploos verliefd is)

Ja! daar kwamen hem weder te binnen die lieflijke oogen,

Boven dien fijn besnedenen neus, die aan’t mondje niets toegaf.