is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1855, 1855

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stelt n eens zoodanig iemand voor, mijne lezers, neemt eens iemand, die even vrolijk, even vol levenslast is als menige rijkere; die even als hij, eene beschaafde opvoeding heeft genoten, en gaat dan eens het verschil na in hunne manier van leven.

Met een beklemd hart doet de arme student zijne intrede in de studentenwereld. Hij weet, hoe zwaar het zijne ouders vult, hem te laten studeren; dat zij, om voor hem geld te kunnen besparen, zich in huis alles ontzeggen; dat elk genoegen, al is het nog zoo onschuldig, dat hij zich veroorlooft, met moeite door zijne ouders kan bekostigd worden; hij zou wel een door en door slecht hart moeten hebben , wanneer hij niet dankbaar was voor hunne opofferingen, en van zijn’ kant niet alles trachtte te doen, zoo min mogelijk geld te verteren.

En welke zijn nu de genoegens, die hem op de academie wachten? Welke liefhebberijen kan hij inwilligen, welke uitspanningen zich veroorlooven?

Wanneer hij gezellig en vrolijk van aard is en gaarne vele kennissen zou willen maken, moet hij zich zulks ontzeggen. De jongelui, daar hij zich in zijn’ groentijd reeds toe getrokken gevoelde, moet hij ontwijken, want hij kan niet met hen omgaan; naderhand toch ziet hij die jongelui lid worden van alle academische inrigtingen, ziet hij hen vrolijke feestjes vieren, de kroeg en den bak frequenteren, met mooi weder gaan rijden ; hoe zou hij nu met hen kunnen omgaan, hij, wien al die genoegens te duur zijn?