is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1856, 1856

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE B.

UITTREKSEL UIT HET VERSLAG OMTRENT DEN TOESTAND DER GELDMIDDELEN VAN HET UTRECHTSCHE STtJDENTEN-COEPS. eehoorende mj de REKENING EN VERANTWOORDING 18*^/gg.

Wat de ontvangsten, en met name de jaarlijksche contributiën betreft, de beide volgende artt. onzer kreupele wetten alleen geven reeds tot groote verwarring aanleiding. Art. 63 en 64 luiden : »De Senaat ontvangt jaarlijks de bij art. 7 bepaalde gelden, met welker invordering een aanvang gemaakt wordt terstond na den 36 Maart, en welke moeten voldaan worden voor den 10 Mei. De Senaat berekent daartoe vJór den 26 Maart de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven voor het volgend jaar, loopende van den 22 Mei tot den 22 Meien dekt hetgeen de laatste de eerste te boven gaan, door eenen hoofdelijken omslag over al de doctoren.”

Hiel uit volgt, dat de contributies, wier invordering plaats heeft tusschen den 26 Maart en den 10 Mei, dienen moeten en alleen dienen mogen tot bestrijding der uitgaven, die in het jaar, dat op den 22 Mei daaraanvolgende aanvangt, zullen voorkomen.

Volgens de wet wordt de omslag over b. v.

12