is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1856, 1856

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Ie speellieden = de a;etneetiten en de Christelijke kerk; en de trommelende maagden = opgewekte heiligen. Zoo ook b. V. maakte men van de striklinten der gordijnen aan de Arke (Exod. XXVI) banden der vereeniging van de enkele personen en de kerk. Langs denzelfden weg vond men de geestelijke beteekenis der ramsvellen , waarmede de arke bedekt was en van het water in het koperen wasehvat (Exod. XXX.) De trommelende maagden werden door een ander voor leeraars der kerk gehouden in eene opzettelijke verhandeling : »de virginibus tympanestris.” Zoo wist men de geheele leerrede even als het tooverpaleis in de Duizend en eene nacht plotseling van plaats te doen veranderen; het dorre tooneel der oude antiquiteiten werd plotseling vervangen door de verre toekomst der Christelijke kerk, een veld, waar de verbeelding zoo ruim koude spelen, als het den redenaar goeddacht.

In een werk getiteld : Bijzonderheden van den Bijhel, door P. Hofstede wordt ons medegedeeld , dat te zijnen tijde het stokpaardje van de studenten, proponenten of jonge predikanten was : Zach. XIV : 30. Te dien dage zal men op de bellen der paarden schrijven de heerlijkheid des Heeren” «Geen wonder,” dus vervolgt de schrijver, »de klank dezer woorden is aangenaam, het zinnebeeld is streelende, en de kern der zaak voedzaam voor diegene, welke de kragt der waarheid kennen. Ze is derhalven uit haar aart geschikt om den Toehoorder met een goed voorgevoelen , ten opzigt van den spreker,