is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1856, 1856

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladzijde herkennen wij hier den fijnen opmerker die niet slechts de menschelijke handelingen gadeslaat, maar ook tot de geheimste motiven daarvan weet door te dringen, die steeds verkeert onder de menschen in hooge en lage kringen, die zoowel het karakter van den fijn beschaafden gentleman als van den man uit het schuim des volks bestudeerd en ontleed heeft, aan wiens opmerkzamen blik geen enkele bijzonderheid ontsnapt, als hij door de drukke straten der wereldstad rondwandelt, die elke type die hij aanschouwt weet op te nemen en tot zijn eigendom te maken. Doeh ’t is niet slechts den fijnen opmerker, den geoefenden menschenkenner dien wij in hem zien, ’t is te gelijk den man van een fijn en diep gevoel; van daar, als ik ’t zoo noemen mag, dat waas van bonhommie en humaniteit dat over al zijne werken verspreid ligt. Teregt is het, geloof ik, door den heer Zimraerman opgemerkt (1) dat er geen echte humor denkbaar is zonder gevoel, dat daarom ook eeu Heine (niettegenstaande al zijn geest en vernuft) den naam van humorist niet ten volle verdient. Van dat sarcasme, die ontevredenheid, met alles wat hem omgeeft, die pessimistische levensbeschouwing, vinden wij bij Dickens geen spoor. Neen, hij heeft het oog niet slechts weopend voor het verkeerde en belagehelijke, maar evenzeer voor het goede, beminnelijke en eerbiedwaardige in den meusch en de maatschappij, van daar ook die

(11 In zijne belangrijke Terhanilelini over onzen schrijver, geplaatst in den Gids van December 1814.