is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1856, 1856

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diepe eerbied voor al wat heilig, en die innige verachting voor al wat laag en onkiesch is, die wij bij hem aantrelfen. Neen, hij schept er geen behagen in om, gelijk een Heine, godsdienst en vroomheid in een belagchelijk daglicht te stellen, en evenmin verwijlt hij als een Sterne bij voorkeur bij tooneelen die walging en af keer in ons opwekken, ’t Is niet de toon van den blasé, maar die van den levenslustige, dien hij aanslaat. Waar hij met onbedriegelijken blik en vaste hand de kwaal aan wijst en in het hart tast, daar plaatst hij er onmiddellijk het geneesmiddel tegenover. Hij is philanthroop in den vollen zin des woords, en waar hij gebreken in de maatschappij of het individu aanwijst, daar maakt hij Horatius woorden tot de zijne : »Eidendo dicere verura quid vetat.” _ Waar hij u [in zijn Oliver Twist de menschheid voorstelt tot het laagste peil van zedeloosheid gezonken, daar wekt hij minder uwe verachting, dan wel uw mededoogen op. Geen ondeugd is er waarvan hij meerderen afkeer heeft en die scherper door zijne satyre wordt gegeeseld, dan die van valschheid en bedrog. Een Sqeers, een Quilp, een Carker, een Uriah Heep bovenal staan daar om het u te bewijzen, en met hem smaakt gij een innig genoegen, wanneer het bedrog ontmaskerd, de huichelarij in al hare laagheid ten toon gesteld wordt.

’t Is eene grove en maar al te zeer verspreidde dwaling, (meen niet, goedgunstige lezer, dat ik het zou wagen die bij u te veronderstellen) dat men Dickens ter hand