is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1856, 1856

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders te spreken, maar schaamte en verlegenheid hielden hem terug. Van Zegheren had eenigen tijd gezwegen, en bedaard de kamer eens rondgezien, daarop begon hij weer op half ernstigen half spottenden toon :

»Ik moet gul weg bekennen, dat ik je niet begrijp Eduard, je examenstudie heb je af, je repeteert alleen maar, waarom wacht je dan zoo lang? Ik had me al een feest voorgesteld van onze reis naar huis, om je daar als Candidaat aan je Mama voor te stellen.

’t Scheen dat Eduard de woorden in de keel stokten, hij versehoof zijn stoel eens, ’t werd hem bang zóó langer met zijn vriend te spreken.

«En dan,” vervolgde van Zegheren, shad ik me voorgesteld hoe aangenaam huiselijk we onze avonden in de vacantie zouden doorbrengen; jij bij mijn ouwelui, ik bij je Mama en je zuster : en hoe we dan regt op ons gemak onze academische herinneringen de revue zouden laten passeren, maar nu kom jij met je luiheid al mijn schoone luchtkasteelen ondergraven!”

»Ik begrijp niet, Willem,” antwoordde Eduard, op nieuw in de kagchel pokende, »hoe je van avond zoo’n bijzonderen haast met mijn examen wilt maken, ’t Kan immers voor de wintervacantie ruim en breed gedaan worden, ik heb nog veertien dagen den tijd!”

iJa maar hoe eer je ’t doet, hoe liever, want ik wilde zoo vroeg mogelijk naar huis!”

y>lk heb zoo’n haast niet,” ontviel Eduard bijna op norschen toon.