is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1857, 1857

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der dreef daartoe ’t gebrek aan gescliikte Kerke-dienaars. Keeds op de Synode van Wesel (1568) meende men s dat men vooral moet arbeyden, dat kollegien der disciplinen worden aangestelt, waarin de drie hooft-talen geleert worden en voornamelijk ook neerstelijk geoeffent de suyvere belijdeuisse van de Heylige waarheydt.” En geen wonder. Groot was de domheid van ’t volk, maar niet veel minder vaak die der Kerke-dienaars, die dat volk tot de s suyvere belijdenisse der heylige waarheydt” moesten opleiden. Dat lag in den aard der zaak. ’t Getal van hen die ’t zij in Duitschland, ’t zij te Genève gestudeerd hadden, was bij-lang-na niet toereikend. Men moest nog altijd tot ongestudeerden zijn toevlugt nemen. Hoe vreemd ’t ons nu ook klinken moog’, ’t was lang geen zeldzaamheid dat handwerksgezellen, dat notarissen enz. zich tot de Kerke-dienst begaven. We vinden aangaande die handwerksgezellen en dergelijken een artikel in de handelingen der Dordsche Synode van 1574, waaruit blijkt dat men »voortaan alléén hen zal toelaten die deze gaven hebben. Ten eersten Gotsaligheyt, ootmoedigheyt en zedigheyt : daarnaar goed verstaat en discretie : ten laatsten gave van welsprekentheyt.” Dat zoo uitdrukkelijke bepalingen noodig waren, pleit voor een droevige ondervinding, die men had opgedaan. Daarbij kwam dat velen hun beroep bf niet wilden bf niet konden vaarwel zeggen. Zoo lezen we in de handelingen van diezelfde Synode de ernstige vraag : tof een Predikant, Notaris van te voren geweest zijnde, noch in dien dienst