is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1857, 1857

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verlaten klooster van St. Barbara ingerigt. Eenige knappe mannen hadden voorloopig een Professoraat op zich genomen. Er ontbrak nog maar ééne zaak, de organisatie der Akademie, de regeling van ieders regten en verpligtingen. Dat ging niet zoo spoedig.

Den eersten grond tot organisatie vindt men gelegd in de Ordonnantiën. Zij bevatten de noodzakelijkste bepalingen ,in den vorm van Accoord tusschen gecommitteerden van den Prins, de Professoren en de Eegering der Stad, en werden den 12 Pebr. vier dagen na de inwijding vastgesteld. Uitdrukkelijk wordt in die Ordonnantiën gezegd dat ze alleen gemaakt zijn »by Provisie ende gheduyrende tyt ten wyle toe anders by Z. Exc. ofte Staten ’s Lants van Hollant geordonneert en gedisponeert zall zyn.” En dat ’t den Prins ten minste ernst was om ze alleen als provisionele maatregel te besehouwen, bleek weldra. Een paar maanden nadat de Akademie geopend was, kwamen eenige buitenlandsche geleerden een professoralen zetel te Leiden innemen. Van deze vroeg de Prins een ontwerp tot regeling der nieuwe schole. Ze gaven dat zeer bereidwillig. Maar ’t was opgesteld in een geest waar de Leidsche regering volstrekt geen vrede meê had. Eeeds de vooropgezette bepaling wees aan waar ze heen wilden. Da Akademie was een Seminarie voor Kerk en Staat, ze bestond uit twee deelen :de Latijnsche sehool zoo als wij ’t zouden noemen en t Collegie van de Professoren. De Akademische Eector als hoofd van beide moest