is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1857, 1857

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HENRIETTE’S ALBUM.

’l Rooijon in ’t Teld.

Eens —’t was bij ’t weiflend schemeren van den avondstond—

Dwaalde ik, zoet mijm’rend, door de velden rond,

En zag daar eenzaam, tusschen ’t groen verholen,

Een bloeijend roosje staan.

En zie, het lachte mij zóó lieflijk aan,

Dat ik het gaarne aan ’t bloembed had ontstolen.

Maar ’t roosje sloot daarop haar kelkje, zóó bedeesd,

Alsof het van mijn zinnen waar bewust geweest.

Ik sprak : »Ach roosje, wil mijn hand niet vreezen,

»Zij wilde slechts u van deez’ open vlakte lezen,

«Waar ligt de orkaan uw zilv’ren blaadjes n ontrukt,

»En uwen teeren stengel neerwaarts drukt.

p Straks naakt een wandelaar, die, doof voor klagt en beden.

» U knakt en meevoert, tot hij , van uw geur verzaad,

p In ’t slijk u wegtrapt onder zijne schreden.