is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1858, 1858

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Midden ouder laf-zoet vleien,

Gands misplaatste steekligheden ,

Aangeleerd gemoedlijk-wezen,

Baazlen zonder recht of reden,

bij ’t werktuichlijk reevlen,

’t Afgerichte wenschjenspreevlen,

Ach! ’t vriendsohaplijk-gulle spreken

Is daarbij voor goed geweken.

Ginter zit er een te broeien.

Wikken, schikken, likken, flikken.

Om in d’ opgedrongen heildronk

’t Béeljen leven gands te stikken.

Andren zwijgen, pijnlijk wachtend,

’t Zij naar eigen hulde smachtend,

Of naar weerwraak, tegen d’ angel.

Geestig bitsch uit geestesmangel.

Wijsheidsmangel! Goed, het zij zoo,

Wijslieidsballast moge ontbreken.

Doch laat ieder minstens, waar en

Naar het hart hem ingeeft, spreken.

Nergends min bezielbre akkoorden

Dan in fraai verniste woorden,

Nergends min dan in konventie

Echt waarachtige eloquentie!