is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1858, 1858

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teregt, den toegang niet onvoorwaardelljk opengesteld, maar een eisch gedaan, die beletten kan dat het corps in een aggregaat van clubjens ontaardt. Tegelijk heeft men er van afgezien waarborgen te geven tegen behandelingen, die uit vroegere traditiën door sommigen nog als echt studentikoos worden beschouwd, en door dit zwijgen der wet, is ’t beginsel uitgesproken dat onze maatschappij niet ia en niet wil zijn, een kring boven of buiten de groote maatschappij, maar eenvoudig een vereeniging tot gemakkelijker bevordering van gemeenschappelijke belangen.

Eerst door dit zwijgen is dan ook ’t oude groeuwezeu in zijn hart getroffen, daar nu ieder die bescherming verlangt , genoodzaakt is die te zoeken waar ieder burger ze zoeken moet, niet in de p*rivilegiën van een bijzonderen stand, maar in de wet van den staat.

We kunnen dus het groenwezen of liever zijne laatste afgeleefde overblijfselen gaan begraven, en bij deze gelegenheid zal ’t welligt niet ongepast zijn, eenige trekken mee te deelen uit ’s mans avontuurlijk leven. We ontleenen die grootendeels, aan een werkje in 1857 bij Hartung in Leipzig uitgekoraen en Studentica getiteld.

In ’t begin der 17“ eeuw vinden we in Dnitsctiland ons groenwezen, onder den naam van pennalUme. Wat men daaronder verstond, is te lezen in eene dissertatiophysiologistica dejnreet natura pennalium eet. *) in 1611 verschenen.

*) Deze diasertatio is (maar zeer incorrect) opgenumen, in een ander werkje van dien