is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in. het auditorium eene redevoering nde difficultatihus, quihus premitur tumorum diagnosis, de errorihus, quibus ehifurgus inde ohnoxins est, deque noxiis et periculis, quihus idcirco aegri exponuntur „ ; en ’s avonds bragton we onze serenades, opgeluisterd door het muziek-corps van den Heer Stumpff uit Amsterdam en den staf der dragonders uit Arnhem. De Hoogleeraren, wien dit blijk van hoogachting te beurt viel, waren L. C. van Goudoever, aftredend Eector magnificusj C. H. D. Buijs Ballot, in ’t verloopen jaar tot gewoon-Hoogleeraar benoemd, J. L. C. Schroeder van der Kolk, nieuw benoemd Secretaris, en J. A. C. Eovers aftredend Secretaris, De nieuwe Eector magnificus, Piof. E. Harting was door ongesteldheid verhinderd onze serenade op te wachten. Van Z. H. Gel s belangstelling in ons corps deed echter de missive blijken, die op Z. H. Gel’s verzoek in eefi onzer corps-vergaderingen werd voorgelezen. Van die belangstelling hebben we later ons nog eens, en nog krachtiger tevens , kunnen overtuigen, toen door Z. H. Gel. eene poging tot vereeniging van *t Corps en IMutua Eides werd aangc- — doch hierover te zijner plaatse.

Aan ’t einde van het wintcr-saizoen (ten minste van den opera- en concert-tijd) had er nog eene gebemtenis plaats, die we niet onvermeld mogen laten. We konden toen namelijk weder ’t genoegen smaken de te regt gevierde zangeres Marie von Marra te hooren. Den