is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O dat zij mij, ellend’ling, troffen,

En mij vernielden in hun val!

Ik heb met moed en kracht gestreden.

Voor ’t land, dat ik bemin;

’kHeb zwaar en vreesselijk geleden;

En eind’lijk eigen eer vertreden;

De dood ’k berust er in.

Ik heb geen kracht meer om te strijden

’t Geweten klaagt mij aan ;

Gebukt ga ’k onder eigen lijden ;

Dat and’ren aan mijn zaak zich wijden,

De zaak van d’ltaliaan.

Ontvang mijn laatste droeve groetc.

Mijn land, dat ’k lijden zag;

Het drukt mij, als de zwaarste boete,

Dat ’k van den strijd voor u, het zoete

Nooit meer gevoelen mag.

Dat eens zieh de oogen oop’nen mogen

Voor alles wat gij lijdt;

Eens moog’ Euroop uw tranen droogen

Houd tot zoo lang het zwaard getogen

Volhard in d’eed’len strijd I

Julij,

J. V. L. M.