is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuskop voorstellende, in eene donkere mahonijliouten lijst, en daaronder een drietal daguerreotypen. Eene groote , statige boekenkast, en een kleiner kastjen , dat de plaats inneemt, waar de liedendaagsche mode een ,/bonheur de jour" zou zetten, volmaken het geheel. Getrouw aan de gewoonte , om, vóór de kersmis in het stedeken geen vuur ,/aan te hebben" , vinden we de kagchel nog niet op hare plaats een zonderling iets, dat ik in meer steden opmerkte. De spiegel, nog daterende uit den tijd, toen dergelijke meubels uit twee stukken glas werden zamengesteld, hangt tusschen de beide ramen , die op eene zijstraat uitzien , tegenover de boekenkast. Na ons dus zoowat georiënteerd te hebben, zien we de bewoners eens rond. In overeenstemming met de drie daguerreotypen aan den wand, zijn ze drie in getal. Aan het venster zit, voor haar spionnetjen (een spionnetjen is hier veiliger dan in eenë academiestad) eene vrouw, die we tusschen de 40 en 50 jaren oud schatten, en wier gelaat, thans door ligchaamslijden met diepe voren gegroefd, éénmaal blijkbaar schoon moet geweest zijn. Zij is eenvoudig, doch aeer netjens gekleed. Aan het andere raam zit, tegen haar over, op een meubel, dat het midden houdt tusschen eene rustbank en eene canapé, een lang, tenger man, oogenschijnlijk van denzelfden leeftijd, ietwat deftig (later vernam ik dat hij in ons stedeken ouderling is) maar met eene uitdrukking op het gelaat, die, ofschoon wat somber.