is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schooiie wereld, waarnaar hij zoolang heeft gestreefd. Ginds zal hij zien en tasten en genieten wat tot nu toe hem heeft ontbroken; daar zal de vervulling wezen van de vurigste wenschen zijner ziel.

En nu . . . hij heeft zijn doel bereikt, maar heeft liij gevonden wat hij dacht te zullen vinden ?

De nevelen zijn opgelost; de tooverbeelden zijn verdwenen . . . niets dan eene kale rots! . . .

Steen, koude steen voor het goddelijk tafereel, vol licht en warmte, dat het verraderlijk noodlot voor het oog des jongelings ontrolde !. . . Steen, koude steen voor de zaligheid, waarnaar zijne ziele had gesmacht!

Gij kent dit beeld, lezer. Het i.s zoowel het uwe als het mijne.

Of was er niet ook voor u een tijd, waarin ge droomdet van eene tooverwereld, zoo schoon, zoo onuitsprekelijk schoon, dat het bevreemden moet hoe ge zoo lang nog daarnaar hebt kunnen jagen, zonder er aan te denken, dat teleurstelling wel eens het einde zou kunnen idjn ? Hebt ook gij niet eenmaal geloofd, dat in de vervulling uwer droomerijen uw hoogste geluk gelegen was?

En toen gij gestuit werdt in uwe vaart; toen de spookachtige, bedriegelijke nevelen waren weggenomen, en tevens uwe droombeelden waren verdwenen, hebt ook gij toen niet de koude, kale rots der werkelijkheid in al hare naaktheid aanschouwd?

Reik mij de hand, broeder, ik leed die bittere teleurstelling evenals gij j ik weet wat ge toen hebt b-pvopl,!

if.

7