is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. W. BOSCH.

nu er woont en hoe hij hiet,

weten ’tniet, en vragen ’tniet,

I Doch als we samen,

Of alleen,

Ter straat door langs de woning treên,

Niet zelden dwaalt de blik dan heen

Naar ’t welbekend paar ramen!

En luide of stil dan wordt herdacht.

Wie daar te wonen placht.

Het was geen man met weidscheu naam

En weidschen laauwerkroon,

Geen man, waar ’t lofbetoon

Der i’aam

Veel eeuwen lang ’t geringste spoor

Van toelicht met gewijden gloor.