is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11.

Het kleinkind speelt hem ’t lied weer voor.

Hij glimlacht wel te vrede ,

En strijkt haar ’t krnlhair achter ’t oor ,

Of prevelt in gebede,

Spreekt bij den rechten naam haar aan ,

En vraagt, waar >t is gebleven

Het borstcieraad met elpen zwaan.

Dat hij haar lest kwam geven ?

De kleine schudt bevreemd het hoofd:

„ Maar, Grootva&r! bij dees zangen

„Hebt me al meer die zwaan beloofd,

„ Doch nooit heb ik ze ontvangen ? *

Mistroostig blikt haar de ander aan:

En ’t kind voelt schoon beur ooren

Des grijzaarts wartaal niet verstaan

lets kostbaars ging verloren.

En nn in weemoed half verdoofd,

Kuischt vreemd de b’evlingswijze;

Daar zeegnend op zijn kleinkindshoofd

De hand daalt van den grijze.