is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1859, 1859

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrek , cenigzins naar de linkerzijde, bevindt zich de groote ronde tafel, waarop thands eene wit porceleinen karccllamp de bouwvallen van een keurig studentensouper gezelschap houdt. Op de sofa ligt de Gastheer in een prachtigen, zwart fluweelen chambercloak met oranje zijden koorden. Van der Munt draagt oogelijker boorden en das, dan bij de vorige gelegenheid; zijn onversbjtbaren jas heeft hij afgelegd, om zich gants op zijn gemak in de diepten van een met rood marokijn leder bekleeden voltaire , tusfchen kanapé en pianino, te verschuilen. Gustaaf heeft jas en vest beide afgelegd, en houdt zich thands bezig om met onstuimige haast eenige variatiën op ’t Volkslied uit te voeren.

Te midden van Gustaafs luidruchtige muziek vestigt de Gastheer van tijd tot tijd een peinzenden blik op de kameliaas aan zijne zijde. Er straalt dan een buitengewoon vrolijke gloed uit zijne helderblaauwe oogen, om zijne lippen zweeft dan een lach van onuitsprekelijk geluk. Van der Munt houdt zich schijnbaar met de rookwolkjens van een fijnen manilla bezig: terwijl hij soms veel beteekenend naar Kees omziet. Gustaaf staakt eensklaps midden in eene maat zijne variatiën en nadat hij zijn cigaar bij een der waslichten der pianino ten derde male heeft doen ontbranden, werpt hij zich met een ernstig gelaat op een vouwstoel naast het kleine tafeltjen.

»Van wie koop je toch die mooie kameliaas, Kees?» vraagt hij op onverschilligen toon. De Gastheer richt