is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1860, 1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons blijven; maar vooral ook rijk in goede vruchten. Hoezeer hij dan ook naar waarde geacht werd, daarvan gaven hem een groot aantal leden overtuigend blijk, op de matinee musieale in Tivoli, die op de gadering volgde. Eeeds was bijna ’t gansche corps daar vereenigd, toen de Heer van Gedns binnentrad. Terstond weêrklonk een fanfare van het orkest, en in opgewondenheid werd de afgetreden Eector naar een der zij-vleugels van ’t gebouw geleid, nog niet wetende, waarop dit alles zou uitloopen. Maar daar treedt eene commissie van drie leden op hem toe; de H.H. J. Domela Niedwenhuis, P. A. E. be Mesquita en E. H. Kahsten , om hem uit naam van het grootste deel van ’t corirs als blijk van achting en dankbaarheid een zilveren inktstel aan te bieden. De vurige taal van den Heer Niedwenhuis ontsteekt alle aanwezigen in geestdrift. Geroerd antwoordt de Heer van Geuns; en drie viermaal achtereen dreunt een luid hoera door de lucht, en steunt de muzijk die vreugdekreten, en lost eindelijk al dat gejoel zich op in het: „ Nos jungit amicitia \» De Heer van Gedns beantwoordde later het genoten blijk van vertrouwen en achting door aan het corps een met zilver gemonteerde portefeuille aan te bieden, ten gebruike van onzen Eector.

De afgetreden Eector had op de corps-vergadering na de rekening en verantwoording als zijn opvolger geïnstalleerd den Heer P. A. van Hall.

Dat wij in dezen een niet minder warm voorstander