is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1860, 1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na eenige oogenblikken hoorde men een rijtuig voor de deur stil houden, en een paar minuten later de stem van DutLL: „of ze van daag nog zouden kunnen besluiten om beneden te komen!" waarop hem uit het raam door van Thuyl geantwoord werd : „ dat men bezig was van Hooven aan te kleeden, die te katterig was om het zelf te doen."

Eindelijk was het viertal in het rijtuig gezeten en besloot men naar Zeyst te rijden. „Al hadden zij het wel reeds honderd maal gedaan, belette dit toch niet," zooals Voorduijn aanmerkte, „om het voor de honderd en eerste maal te doen," terwijl hij met een veelbeteekenenden glimlach aan Van Hooven zeide, „dat hij er ook wel niets tegen zou hebben" ; waarop de aangesprokene een kleur kreeg en te kennen gaf; „dat hij er niets tegen had."

Voorduijn, de beste vriend van Erans van Hooven, wist namelijk dat deze smoorlijk verliefd was op de dochter van zijn oom, welke op een kostschool was te Zeyst, zoodat dit dorp eene groote magneet voor hem bezat. Eenigen tijd geleden hadden zijne kennissen het versje ;

„ Femme varie s

Bien fou qiü s’y fle.“

dat tot groote ergernis van sommigen op een ruit van een der ramen zijner kamer figureerde, zien verdwijnen; terwijl zijne piano in den laatsten tijd bedekt was met romances, waarin het thema „Eduard en