is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1860, 1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk ook naam, brein, gift, beè, hand en hart.

Van die u ftichtten, in der eeuwgetijden nachten

Met alvergetelheid bedolven werd !

O fmarte! roem noch aanblik zal u wachten

Van ’t late nakroost; – ’t welk bij d’aanblik van uw héeld

Een fchampre hulde, vol van trotsch verachten,

Meêlijdend-lachend op de koude lippen fpeelt.

Maar ’t denkbeeld moog althands die smart verzachten,

’t Zoet denkbeeld, dat ge alsdan, van alles onbewust.

Gands onbekommerd zoo om lof als gispings-klachten,

In gruis, ftof, puinen, ftoorloos-vredig rust.

Doch weet, de stond fnelt aan, waarop ge uw krachten

Gands afgewelkt, gands uitgeleefd zult zien,

En ge u in H eind door jaren en geflacbten

Voorbij gezweefd, ver, vér vooruitgeftreefd zult zien.

Reeds ftaat ge alleen van ’t tempelchoor

Gefcheiden !

De band van Kunst en Kerkdienst ging te loor . . .

Maar ’t Ooften daagt: welaan, goedsmoeds! we beiden

Getroost den nieuwen hoed, den nieuwen zonnegloor !

DI DY M us.