is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1861, 1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZIJN GLAZEN KNIKKEES.

mijne jeugd hield ik veel van knikkeren. die alledaagsche knikkers verveelden mij spoedig, ik wilde er gaarne mooijere hebben, ik dacht er dikwijls over na, hoe de mooiste er toch wel zouden uitzien. «Als ik eens knikkers van glas had ! " dacht ik bij mij zelven, „die zouden eerst pleizierig zijn, zoo glad, zoo rond, zoo glinsterend 1 jal knikkers van glas moet ik hebben; daarmede moet het prettig knikkeren wezen."

En ik deelde mijnen vader mijn wensch mede, en vroeg hem of hij ze mij wilde koopen. En de goede man glimlachte, en voldeed aan mijnen wensch. Ik was in de wolken van blijdschap; maar in mijne blijschap, stiet ik mijn hand ergens tegen aan, de knikkers vielen op den grond, en , o jammer! zij waren gebroken!

En mijn vader had medelijden met mijne droefheid en hij droogde mijne tranen, en hij zeide mij, dat ik