is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riekende bloemen dié mij tegenwaaide en de purperkleurige wolkjes aan den horizon , waren in mijne verbeelding de wierookwalmen , die naar de gewelven des tempels opstegen , terwijl het koeltje dat door de toppen der boomen ruisohte, mij in de ooren klonk als de eerste zaehte accoorden van het orgel.

Zoo soesde ik en werd eensklaps in lagere spheren teruggevoerd toen eensklaps eene hevige neusbloeding het kokende bloed weer tot bedaren brao-t.

Het altaar, gelijk ik de aarde , zoo even in mijne mijmering genoemd had, werd daarop met bloed gekleurd en ik was het slagtoffer ; welke verontrustende , onheilspellende voorteekenen voor een bijgeloovig mensoh! ik zou er ’s nachts bepaald een cauchemar 'an gehad hebben, als ik niet van mijne onbekende schoone gedroomd had.

Het was pas zes ure in den morgenstond, toen wij ons hotel verlieten en den weg insloegen naar den dom, waar wij slechts weinige sclireden van verwijderd waren.

Het was een grootsch , indrukwekkend gezigt, toen de geelzijden voorhangselen des tempels ruischend achter ons toevielen en wij daar stonden aan den ingang van hetgeen de Milanezers het achtste wonder der wereld noemen.

hadden hier het best de gelegenheid om de geheele kerk, in hare volle, kolossale grootte te over-