is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zag zijn garde-robe na

En werd schier disperaat:

Want al zijn panta's *) bleken bem

Al even desolaat,

,\Vie zal die panta’s maken, wie? “

Zoo was zijn jammerklagt,

,Wie koestert me als ’k verkouden ben ,

Zoo lief, zoo zoet, zoo zacht ? —"

«Wie zet de gespen aan mijn vest,

l)e knoopen aan mijn jas;

Wie legt er als ik mooi moet zijn

De strikken in mijn das? —"

„En wie, wanneer ik hongrig ben.

Schaft mij mijn lievlingspot 1

W’ie strijkt mijn boord en overhemd ?

O diep rampzalig lot! “

«W'aar vind ik, die ik noodig heb,

Naar wie mijn ziele haakt?

Waar is de dierbre van mijn hart.

Die al mijn panta’s maakt ?

») Paula = fantalon. Vroeger zei men: hroelc. Thans is dit een hoogst onfatsoenlijk woord; fatsoenlijk is fanlaUn. ’tßeteekent eigenlijk hetzelfde. Bit gebeurt meer.