is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schiet ijlings uit den slaap, en grijpt naar speer en degen

„r , , Bilderdijlc j Karrikthura. Waf ’e rlif ,

. wat s clit, wat bulkt, wat bromt, wat dondert hier door . de ooren.

"En rammelt door de lucht, dat zien vergaat en hooren.

Bilderdijk, op een bulder, zooffenaamdtn Lierzang.

. Mie wekt mij uit den slaap, wie roept mij „it mijn droomên. .. I T\ W\ «

nln t midden van den nacht ? "

n ■ f Buijken, Klacht.

.l,»ui frappe I’air, bon Dieu 1 de ces Ingubres cris;«

„Est-ce donc pour veiller qu’on se couche —?

iiJ’ai bien sauter du lit, plein de trouble et d’efFroi.

Boiteau, Sat. VI.

n Bewehre mit deni Spiesz die Eechte,

,i ünd nieder steig’ ich zum Gefechte."

Schiller, d. Urache.

Hij gaat

llehners, 11. Natie.

Zijn hart, gekluisterd in een keten.

Smacht vruchteloos naar lucht en licht :

Hij hoort de stem wel van ’t geweten.

Maar aarzelt, deinst of keert, en siddert –

■IT-- • . • , t

■Hij ziet 111 ’t rond van schrik bevangen,

O''** J En onbewust, welk ongeval

Hem op dien tijd genaken zal.

~ , , *'• -Tac. eu Bertha.

Met wankel’nde ongelijke schreden.

Kwam, langzaam, door de binnendeur

Een schrikgestalte voortgeschreden: