is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met eene Oratie „de magnelismo, qui vocatur, animali, veteribm omnino incognito , nostra demum aetate invento, ai bene adhibealur, novum fortasae physiologis lumen et salutare tnedicis remedium aliquando allaturo.”

De nieuwe Hoogleeraar werd belast met het onderwijs in de Ontleedkunde, in de algemeene Ziektekunde en in de Heelkunde In de twee laatstgenoemde vakken heeft hij dat bijna onafgebroken voortgezet, tot dat hem in het jaar 1853 ten gevolge van zijnen toen zeventigjarigen leeftijd het welverdiende emeritaat verleend werd. Het onderwijs in de Ontleedkunde daarentegen heeft hij in 1827 afgestaan aan zijn ambtgenoot schroedeb v.vN DER KOLK, die in dat jaar door ’s Konings keuze de plaats van den emeritus Hoogleeraar bledland had ingenomen.

Bijna acht en dertig jaren alzoo heeft süerman het hoogleeraarsambt aan de Hoogeschool te Utreeht bekleed. Al dien tijd, ja, tot het einde van zijn leven heeft hij de geneeskunst uitgeoefend en is hij eerst als Secretaris, later als Voorzitter der Provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt, in het belang der algemeene volksgezondheid werkzaam geweest. Het zoude oudoenlijk wezen in bijzonderheden te vermelden, wat de waardige man in al die verschillende betrekkingen ten algemeenen nutte en voor het geluk van bijzondere personen verrigt heeft. Dat hij veel, oneindig veel heeft gedaan, zal ieder gereedelijk toestemmen, die in de gelegenheid geweest is zijn maatschappelijk leven gade te slaan.

Ten uiterste naauwgezet in de vervulling zijner pligten heeft hij, in weerwil van de eindelooze beslommeringen, waarin hij als geneesheer gewikkeld was, de werkzaamheden aan zijne academische betrekking verbonden, ten allen tijde geregeld en, wanneer huisselijk leed hem niet ter neder drukte, met lust en opgewektheid waargenomen. Zijn onderwijs kenmerkte zich, naar de getuigenis zijner leerlingen, door klaarheid en een-