is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daille van den tweeden rang beloonde memoriën ontleende, beginselen, in eene uitvoerige circulaire, aan de gedeputeerde Staten der provinciën kon mededeelen, waarin de bijzondere belangstelling van den Koning in dit onderwerp in het helderste licht treedt.

Tot nog toe had in ons vaderland alleen het ütrechtsche Gesticht zich hervormd en 'daarvan reeds de vruchten geplukt, daar het door landgenoot en vreemdeling, menschenvrienden, deskundigen en hooggeplaatste personen bezocht en geprezen werd, en eene bevolking had van omstreeks 90 krankzinnigen, waarvan ruim een derde tot de hoogere klassen behoorde. Deventer en Zutphen, door dit voorbeeld aangemoedigd, begonnen, zonder nadere aansporing af te wachten, dat voorbeeld te volgen en de besturen der overige verblijfplaatsen werden door genoemde circulaire uit den slaap geschud, om, of voor goed te worden opgewekt, of voor altijd in den doodslaap te vervallen; eerlang toch zou hun geene andere keuze worden gelaten.

ScHKOEDEK VAN DER KOLK had in^ezieti, dat geene algemeane verbetering van de krankzinnigen-verpleging mogelijk was, zonder herziening der bepalingen van het burgerlijk Wetboek op dit punt, ja! dat zij, zonder eene geheel nieuwe wetgeving, onmogelijk was. Reeds in 1839 werd door hem, gezamentlijk met den Heer c. j. feith, een wetsontwerp in gereedheid gebragt en door eene memorie van toelichting nader in beginselen verdedigd, op kosten der regering gedrukt en aan de leden der Tweede Kamer der Staten Generaal rondgedeeld, zoodat de nieuwe wet betreffende de Gestichten voor krankzinnigen reeds den Mei 1841 uitgevaardigd kon worden, om met den I®‘™ September daaraanvolgende in werking te treden.” ')

1) Zie: de Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche wetgeving betrekkelijk de Gestichten voor Krankzinnigen «nz. , door j. VAN DEN HONEET, Amsterdam 1841.