is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in druk verschenen toespraak bij het overlijden van zijn’ leerling, vriend en ambtgenoot, den te vroeg ontslapen A. c. a SDEBMAN , Van zijn geschokt gemoed getuigen.

„Als geleerde was hij een licht der wetenschap en een sieraad dezer Hoogeschool: met nimmer verflaauwden ijver heeft hij meer dan een derde van eene eeuw een aantal leergierige jongelingen in de wetenschap ingeleid en hun eerbied voor waarheid en deugd ingehoezemd.” Natuuronderzoeker, in de ware beteekenis van het woord , heeft hij op het groote veld , dat hij bewandelde, menig naauwgezet onderzoek met gewapend en geoefend oog en met zijn scherpzinnig oordeel ten einde toe vervolgd , menige stoute en gelukkige greep gedaan, menig nieuw gezigtspunt gekozen en daarbij steeds, het schijnbaar onvereenigbare, eene levendige verbeelding en eene kalme wetenschappelijke, meestal echt practische onderzoekingsgeest, verbonden ; „want waar vond men immer zooveel grootheid met zooveel nederigheid, zooveel geestkracht met zooveel fijnheid en teederheid van gevoel, zoo veelzijdige kennis met zooveel jeugd en poëzy in het hart, zulk een helder en scherpzinnig verstand met een zoo godsdienstig gemoed, zulk een werken naar de wereld en voor de eeuwigheid met zoo veel warme belangstelling, ook in het schynbaar kleine en geringe, vereenigd.” „Ja, waarlijk hij was een profeet en sprak in geestvervoering uit, wat hij van de Godheid in de natuur had ontdekt ; daarvan profeteerde hij in zijn gezin en in eiken kring waarin hij zich bewoog. Maar hij profeteerde ook van Hem in wien wij de hoogste Godsopenbaring erkennen. Diens voorbeeld te volgen. in Zijne liefde Gods liefde te zien, was niet minder zijn lust en leven. „Ood is liefde” dat waren, door lange tusschenpoozen afgebroken, de laatste woorden, die zijne bedroefde, doch door den stervenden bemoedigde betrekkingen en vrienden, weinige oogenblikken voor zijn dood, mogten hoorenj het was de geloofsbelijdenis niet van