is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik kan intusschen niet zeggen, dat de zoogenaamde Witze van den nar mij bijzonder aanstonden en was dus blijde dat het gesprek in den wagen een aanvang nam.

Maar goede Hemel, bijna elk beklaagde zich over zijn dood. Hoe geheel anders dacht ik erover! 'Maar beviel u dan de studie niet?’ vroeg iemand, die zich als jurist had bekend gemaakt.

'Hoor, eens,’ zeide hij, ‘over mijn studie kan ik niet veel zeggen, want eigenlyk gezeid heb ik daar nooit zwaar aan gedaan. Ik hield er evenwel van en nam mij altijd voor met de versche week te beginnen. Maar ’t ongeluk wilde, dat ik eiken Zondag avond onder water en eiken maandag morgen katterig was en zoo kwam er niet veel van. En in ’t midden van de week te beginnen , dat streed tegen mijn principes; dat kon niet, want zie je, ik ben een man van principes.’

‘Hoe kwam dan die regelmatige katterichheid’, vroeg ik den man van principes verbaasd.

‘Ja,’ zie je, ‘we hadden eiken zondag een gezelschap, onder het opschrift’ hier keek hij een medicus nijdig aan ‘onder het opschrift Ampice Baccho! Ik wou’, fluisterde hij mij toe, ‘dat we wat minder gebacchusd hadden, want we amuzeerden ons overigens voor tien.’ De medicus vatte nu het woord op en maakte mij tot ’t brandpunt van hatelykheden, door mij te vertellen :

‘Je begrijpt, wat ons aangaat, dat we ons ook amuzeerden , misschien wel voor twintig. Maar zeg zelf.