is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ILLr S I E

aar zijt gij idealen , Illussie van het leven,

4 Die, als het jeugdig vuur de leden tint’len doet,

! Den knaap schier immer in een hooger spheer doet zweven,

Hem aandrijft tot iets schoons , iets edels. Die zijn bloed

Steeds sneller door zijn ligchaam jaagt en henen stuwt ?

Die onuitblusb’re gloed die voert tot ed’le daên ?

Dat magtig element waardoor hij ’t kwade schuwt

Wanneer hij verder voortschrijdt op zijn’ levensbaan ,

'Dat, als de blos der jeugd nog op de kaken gloeit,

Hem voortzweept tot den vriend wanneer een onheil woedt,

Hem ganschelijk beheerscht, hem slingert jaagt of boeit

En op zijn levenspad zoo menig smart verzoet ?

Dat zijne leden sterkt in rampspoed en gevaren ,

Dat hem een schutter maakt van goed van regt van eer ,

Dat hem tot boot verstrekt op ’s levens onrust baren

Waardoor hij werd een vest’ een dapp’ren tegenweer?

Helaas gij zijt niet meer, wanneer de jaren naken,

De reuzenhaad des tijds vermeesterend hem omvat ,