is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nat. Allemagtig beroerd weer! zei daniel poef en bleef stokstijf staan, vlak vóór eene gesloten groene deur. Van die deur nu valt niets te zeggen, dan dat ’t houten bordje, daarop gespijkerd, te kennen gaf dat ’t bovenhuis de eer genieten mogt jufvrouw SNOEK tot bewoonster te hebben, daniel trok in zijne woede de schelknop wel vijfmaal naar zich toe. Errare humanum: voor boven 2 maal bellen, zei ’t bordje. Open was de deur, en aan daniel’s grimmige oogen vertoonden zich boven aan de trap een paar versleten muilen, plus twee eindjes chocoladekleurige kleedingstukken, staande in onmiddelijke aanraking met de allerkolossaalste ~onderdanen” van JANSJE SNOEK, een zeer leelijk lid van eene zeer schoone sese.

Be guatibus non est diaputandum, en vooral niet als ’tvirgines vestales geldt. Ziehier, meneer! .... Meneer pam thuis ? Meheir heit minsen, en ’t individu met de kolossale onderdanen krijschte gelijk een cacatou: kan ik ook zeggen .... Hoeft niet, en de jeugdige schreeuwster werd door DASIEL bevonden te zijn een dik gedrogt met een zeer bloeddorstig uiterlijk, zuvof ö(u.piaT’ kyov. paji echter kreet dit monster in den regel voor eene schoonheid uit, en beweerde dit met ’t volste regt te kunnen doen. Tant pia pour mademoiaelle Janatom! Hoeft niet, en daniel bevond zich eenige oogenblikken later op een zeer sierlijk