is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POEF. Bn men lepperde thee, en men lepperde thee, en men lepperde thee, ld! Tdek! wat heeft dat Kederlandsche volk toch een schoonheidsgevoel! ! verbazend, meneer! verbazend!

De gastheer maakt dem Publicum bekend dat er nog altijd een gast op zich laat wachten , namelijk hip. Dit veroorzaakt luid gejuich. Wie is die meneer hip ? heeft poef ’t ongelnk van te vlagen. Ken je (je wel zeker ! frore compagnon !) ken je hip niet!'— Wel, wel! nou, dan zal je wat. .. . Ener werden zooveel ophelderingen omtrent deze merkwaardige persoon gegeven , dat poef bij ’t einde van de bekendmakingen niets anders onthouden had dan de epitheta labeoniek en uijig.

Ja, ja, zei gaks, een strooharig jongmensch, een gorgonisch individu, wiens contrefeitsel een zeer goed effect zou maken op een kopje van echt japansch porcelein, en wiens kleeding zich door onzindelijkheid tamelijk wel onderscheidde, ja, ja, zeer afgetrokken, waarmede de heer gans bedoelde dat hip aan verstrooijing laboreerde zoo afgetrokken als .... als ... . Als koffijdik, zeg maar, hernam kwak. Hi, hi! deed peer , die vind ik grappig: hi, hi! peer nu prijkte met vuurrood haar, had een bleek Asteeken gezigt, zeer gepronuncieerde ooren en eeuwige zomersproeten: deze vriend antwoordde op den naam van Veulen, ’t Veulen nu had juist ’t voor-