is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GAïTs om zijn’ broeder te doen, om den strooliarigen WILLEM. ]STu deed men niet de minste poging om ’t broederpaar te weerhouden. Uw dienaar, heeren GANS! en tijdens eene sterke werking van de neusvleugels van POEE, danste gans Senior de kamer uit, en Junior tuimelde hem na. Die daar is ook niet bang met een snorretje thuis te komen, en hierbij lachte de heer hip zeer smakelijk om zijne geestigheid, en ’t Veulen vergezelde hem met een allergracieust gehinnek.

De geest van pam’s punch verhief zich en steeg naar ’t semorium commmie van den hoogschalken HIP. Hip stond op met de welbekende theatrale houding: regterhand tusschen overhemd en vest: ’t Veulen gaf daan een’ stoot in de ribben : daar komt ’t los !—hm ! hm! . ... mijne .... vrienden ! de heer hip trok zijne panta wat op, en vervolgde met eene hol galmende stem: want ook u, meneer POEP! mag ik men vriend noemen daniel boog zeer diep ja, meneer poep ! ge zijt student, meneer! student, zei hip met eene sterke klem op ’t woord: en ik zeg u, meneer poef ! dat ik in u ’n vriend zie .... ja , meneer! want daarom .... meneer!... . en kwak fluisterde peer in ’t oor dat HIP „den bok beet kreeg,” waarop peer ’t uitschaterde: ~hij heeft een reep aan,” zei kwak,— dat’s zeker, zei PEEh: „hij is boven zijn theewater,” zei KWAK, PEER proestte ’t uit —na deze kleine