is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man'heerden wij naar de kamer van den gepassioneerden lezer: wij doorsnuffeldeu alles , maar vonden niets dat op MiLTOif of litteratuur geleek. . . . De belletrist nu stoof op eens de kamer in, kleedde zich nit, ging naar bed en viel inslaap.—

Opschrijven dat alles, hoort uP Maar, meneer MOMrs! riep ik met alle mogelijke teekenen van verbazing. Eidendo dicere verum quis vetat ? en mijn mond was toegesnoerd. Wilt u nog meer zien ? want er zijn nog circa een dozijn onderafdeeliugen .. . Dank u voor ’t gezigt, had ik kunnen zeggen, maar: ik heb de onhebbelijke gewoonte om mijne woorden te controleren naar den persoon, dien ik aanspreek : soms is ’t wel gezellig, als men b. v. krankzinnig is tegenover eene narrenkap , verwaand tegenover een lorgnet, oliedom tegenover een’ wipneus: de heer momtis was een zeer beleefd jongmensch , ergo: Wil mijnen hartelijken dank aannemen, waardste meneer MOVirs! voor de. . . . Wel te rusten! zoo klonk ’t boven uit de lucht, zoodat schitterende speechen voor mijne lezers verloren zijn gegaan. Mijne zucht naar gezelligheid was gestraft; het doodzweet brak mij uit: hoe laat of ’t zou zijn ? ik kon mijn horologie niet onderscheiden ’t nachtlichtje brandde toch nog .. . Vervloekte ring !. .. . en de ring van gijges vloog snorrende tegen ’t raam, en brak eene ruit. —• Een heel dubbelzinnig gekraak