is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerzame, peripatetische priesters, met lange togas —■ die, gewooulijk in de philosophie verdiept, plegtig daar heen stapten in het sombere woud of aan het strand van de luid ruischende zee.

En deed de heer poef verder niets ? Volstrekt niets, mevrouw! dan dat hij als een kakkerlak in bed sprong.

Aestus ei'at, mediamque dies exee/erat horam. Jan voor! en de knechts van Placet kwamen naar de bevelen vernemen van zes heeren met zeer geele gezigten, gezeten in twee victorias; zes, zeg ik, neen vijf: want vlam had een erg blozend gelaat en vuurroode ooren: hoe plezierig zou zoo’n lolletje zijn, —■ klaagde vlam als er maar geen volgende morgen bijkwam. Benige porties katterigheid, riep een student-grappemaker en stak zijn hoofd ’t raam uit, meenende tot de reserve troepen te behooren: doch vergeefs hij werd geen koetsier , en ’t corps d’élite reed door; bogtkatterigheid, bromde hij in den wrevel zijns gemoeds en zag met grimmigheid hen na. Dat geloof ik ook zei de heer peperenbueg en trad insgelijks naar ’t raam. Heine zoekt, hoewel eenigzins hyperbolisch , ’t graafschap van platen in de maan, Multatult zoekt ’t prinsdom van "Wouter nog véél verder (dit streepje beteekent een scheidsmuur, een nederige scheidsmuur. „G-e