is toegevoegd aan uw favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1864, 1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tafel, met een servet a Tenfant voorgebonden, terwijl zijn oog met Epicuristiscli welgevallen rustte, op een in gelei bedolven ossenhaas, dien hij het heilig voornemen had met huid en haar te verslinden, terwijl hij vervolgens zijn verhemelte door ettelijke moten palings deed kittelen, om daarna zijn uitgeputte levenskrachten te versterken, door bij wijze van toespijs, eenige Bredaasche kapoenen naar binnen te smokkelen, om niet eenmaal te spreken van den mirakuleusen plumpudding die met acrobatische vlugheid den weg van alle ossenhazen en kapoenen volgde: al welke „epulae lautae” hij ganschelijk niet verzuimde met den noodigen nectar te doen vergezeld gaan. hoofdzakelijk in de gedaante van drie molentjens, een merk, dat hij met afgodische vereering lief had.

En deze verfrissching zoo als de barbaarsche gastronoom dit copieus dejeuné, niet oneigenaardig noemde, was de eenige reden van zijn verblijf in de sleutelstad.

Onderwijl is de trein niet stil blijven staan. Hij heeft de residentie bereikt en daar de aemechtige af gezet, die in ontvangst werd genomen door een allerliefst Haagsch dienstmeisje , met een losse muts en dito zeden, wier grootste trots het was dat zij eens was „gangacheerd” geweest met een Delftsch studentjen ’n heil knap mins met zwarte snor-